Hoofdstuk 3: Vergelijkingen en If-Statements

← Terug naar overzicht

Vergelijkingsoperatoren

In JavaScript kun je waarden met elkaar vergelijken. Een vergelijking geeft altijd true (waar) of false (niet waar) als resultaat. Dit noemen we boolean waarden.

De belangrijkste vergelijkingsoperatoren zijn:

let resultaat = 10 > 5;  // resultaat krijgt de waarde true
let check = 3 < 2;       // check krijgt de waarde false

Let op: We gebruiken === (drie is-tekens) voor vergelijking, niet = (één is-teken). Het enkele = teken gebruiken we voor het toekennen van waarden aan variabelen.

Oefening 1

Maak een variabele a met waarde 15 en een variabele b met waarde 10. Maak een variabele resultaat die controleert of a groter is dan b.

Jouw code:

Oefening 2

Maak een variabele x met waarde 5 en een variabele y met waarde 3. Maak een variabele check die controleert of x kleiner is dan y.

Jouw code:

Oefening 3

Maak een variabele a met waarde 20 en een variabele b met waarde 15. Maak een variabele groter die controleert of a groter is dan b.

Jouw code:

Oefening 4

Maak een variabele getal1 met waarde 10 en een variabele getal2 met waarde 10. Controleer of getal1 groter dan of gelijk aan getal2 is. Sla het resultaat op in een variabele gelijkOfGroter.

Jouw code:

Oefening 5

Maak een variabele p met waarde 7 en een variabele q met waarde 5. Controleer of p kleiner dan of gelijk aan q is. Sla het resultaat op in een variabele kleinOfGelijk.

Jouw code:

Oefening 6

Maak een variabele waarde1 met waarde 15 en een variabele waarde2 met waarde 15. Controleer of waarde1 gelijk is aan waarde2. Sla het resultaat op in een variabele isGelijk.

Jouw code:

Oefening 7

Maak een variabele m met waarde 8 en een variabele n met waarde 10. Controleer of m gelijk is aan n. Sla het resultaat op in een variabele zelfdeWaarde.

Jouw code:

Oefening 8

Maak een variabele getal1 met waarde 12 en een variabele getal2 met waarde 15. Controleer of getal1 niet gelijk is aan getal2. Sla het resultaat op in een variabele verschillend.

Jouw code:

Oefening 9

Maak een variabele leeftijd met waarde 18 en een variabele minimumLeeftijd met waarde 18. Controleer of leeftijd groter dan of gelijk aan minimumLeeftijd is. Sla op in volwassen.

Jouw code:

Oefening 10

Maak een variabele temperatuur met waarde 15 en een variabele grens met waarde 20. Controleer of temperatuur kleiner is dan grens. Sla op in koud.

Jouw code:

Control Structures en If-Statements

Tot nu toe werd alle code die je schreef altijd uitgevoerd, van boven naar beneden. Met control structures kun je bepalen welke code wel of niet wordt uitgevoerd, afhankelijk van een voorwaarde.

Het if-statement is de meest gebruikte control structure. Het voert code alleen uit als een voorwaarde waar (true) is.

let leeftijd = 20;

if (leeftijd >= 18) {
    console.log("Je bent volwassen");
}

De code tussen de accolades { } wordt alleen uitgevoerd als de voorwaarde leeftijd >= 18 waar is.

De voorwaarde staat altijd tussen ronde haakjes ( ) na het woord if. De code die uitgevoerd moet worden staat tussen accolades { }.

Oefening 1

Maak een variabele getal met waarde 15 en een variabele grens met waarde 10. Schrijf een if-statement dat controleert of getal groter is dan grens. Als dat zo is, log dan "Groot getal" naar de console.

Jouw code:

Oefening 2

Maak een variabele score met waarde 85 en een variabele minimumScore met waarde 80. Als score groter dan of gelijk aan minimumScore is, log dan "Gehaald!".

Jouw code:

Oefening 3

Maak een variabele temperatuur met waarde 25 en een variabele grens met waarde 20. Als temperatuur groter is dan grens, log dan "Warm weer".

Jouw code:

Oefening 4

Maak een variabele leeftijd met waarde 16 en een variabele volwassenLeeftijd met waarde 18. Als leeftijd kleiner is dan volwassenLeeftijd, log dan "Minderjarig".

Jouw code:

Oefening 5

Maak een variabele prijs met waarde 50 en een variabele doelprijs met waarde 50. Als prijs gelijk is aan doelprijs, log dan "Juiste prijs".

Jouw code:

Oefening 6

Maak een variabele regen met waarde true en een variabele verwachting met waarde true. Als regen gelijk is aan verwachting, log dan "Neem een paraplu mee".

Jouw code:

Oefening 7

Maak een variabele uren met waarde 45 en een variabele normaalUren met waarde 40. Als uren groter is dan normaalUren, log dan "Overuren gemaakt".

Jouw code:

Oefening 8

Maak een variabele voorraad met waarde 5 en een variabele minimum met waarde 10. Als voorraad kleiner dan of gelijk aan minimum is, log dan "Voorraad laag".

Jouw code:

Oefening 9

Maak een variabele snelheid met waarde 130 en een variabele maximumSnelheid met waarde 120. Als snelheid groter is dan maximumSnelheid, log dan "Te snel!".

Jouw code:

Oefening 10

Maak een variabele punten met waarde 100 en een variabele perfectScore met waarde 100. Als punten gelijk is aan perfectScore, log dan "Perfect score!".

Jouw code:

If-Else Statements

Vaak wil je niet alleen code uitvoeren als een voorwaarde waar is, maar ook andere code uitvoeren als de voorwaarde niet waar is. Daarvoor gebruik je else.

let leeftijd = 16;

if (leeftijd >= 18) {
    console.log("Je bent volwassen");
} else {
    console.log("Je bent minderjarig");
}

Als leeftijd >= 18 waar is, wordt de code in het eerste blok uitgevoerd. Anders wordt de code in het else-blok uitgevoerd.

Oefening 1

Maak een variabele getal met waarde 8 en een variabele grens met waarde 10. Als getal groter is dan grens, log "Groot", anders log "Klein".

Jouw code:

Oefening 2

Maak een variabele score met waarde 75 en een variabele cesuur met waarde 80. Als score groter dan of gelijk aan cesuur is, log "Gehaald", anders log "Niet gehaald".

Jouw code:

Oefening 3

Maak een variabele temperatuur met waarde 15 en een variabele warmGrens met waarde 20. Als temperatuur groter is dan warmGrens, log "Warm", anders log "Koud".

Jouw code:

Oefening 4

Maak een variabele leeftijd met waarde 25 en een variabele meerderjarig met waarde 18. Als leeftijd kleiner is dan meerderjarig, log "Minderjarig", anders log "Volwassen".

Jouw code:

Oefening 5

Maak een variabele regen met waarde false en een variabele verwachtRegen met waarde true. Als regen gelijk is aan verwachtRegen, log "Paraplu mee", anders log "Geen paraplu nodig".

Jouw code:

Oefening 6

Maak een variabele uren met waarde 35 en een variabele standaardUren met waarde 40. Als uren groter is dan standaardUren, log "Overuren", anders log "Normale uren".

Jouw code:

Oefening 7

Maak een variabele prijs met waarde 120 en een variabele budget met waarde 100. Als prijs kleiner dan of gelijk aan budget is, log "Betaalbaar", anders log "Te duur".

Jouw code:

Oefening 8

Maak een variabele voorraad met waarde 50 en een variabele minimumVoorraad met waarde 10. Als voorraad kleiner is dan minimumVoorraad, log "Bestellen", anders log "Voorraad OK".

Jouw code:

Oefening 9

Maak een variabele gewicht met waarde 25 en een variabele doelGewicht met waarde 25. Als gewicht gelijk is aan doelGewicht, log "Correct gewicht", anders log "Verkeerd gewicht".

Jouw code:

Oefening 10

Maak een variabele snelheid met waarde 100 en een variabele maximum met waarde 120. Als snelheid groter is dan maximum, log "Boete", anders log "Veilige snelheid".

Jouw code:

Else If Statements

Soms wil je meer dan twee mogelijkheden controleren. Dan gebruik je else if om extra voorwaarden toe te voegen.

let score = 75;

if (score >= 90) {
    console.log("Uitstekend");
} else if (score >= 70) {
    console.log("Goed");
} else {
    console.log("Niet voldoende");
}

JavaScript controleert de voorwaarden van boven naar beneden. De eerste voorwaarde die waar is, wordt uitgevoerd. De rest wordt overgeslagen.

Oefening 1

Maak een variabele cijfer met waarde 8. Als cijfer groter dan of gelijk aan 9 is, log "Excellent". Als cijfer groter dan of gelijk aan 7 is, log "Goed". Anders log "Voldoende".

Jouw code:

Oefening 2

Maak een variabele temperatuur met waarde 15. Als temperatuur groter is dan 25, log "Heet". Als temperatuur groter is dan 15, log "Warm". Anders log "Koud".

Jouw code:

Oefening 3

Maak een variabele leeftijd met waarde 45. Als leeftijd kleiner is dan 18, log "Kind". Als leeftijd kleiner is dan 65, log "Volwassen". Anders log "Senior".

Jouw code:

Oefening 4

Maak een variabele snelheid met waarde 140. Als snelheid groter is dan 150, log "Zware boete". Als snelheid groter is dan 120, log "Boete". Anders log "OK".

Jouw code:

Oefening 5

Maak een variabele prijs met waarde 80. Als prijs groter dan of gelijk aan 100 is, log "Duur". Als prijs groter dan of gelijk aan 50 is, log "Gemiddeld". Anders log "Goedkoop".

Jouw code:

Oefening 6

Maak een variabele uren met waarde 50. Als uren groter is dan 60, log "Veel overuren". Als uren groter is dan 40, log "Overuren". Anders log "Normaal".

Jouw code:

Oefening 7

Maak een variabele voorraad met waarde 5. Als voorraad gelijk is aan 0, log "Op". Als voorraad kleiner is dan 10, log "Laag". Anders log "Voldoende".

Jouw code:

Oefening 8

Maak een variabele score met waarde 55. Als score groter dan of gelijk aan 80 is, log "A". Als score groter dan of gelijk aan 60 is, log "B". Anders log "C".

Jouw code:

Oefening 9

Maak een variabele tijd met waarde 14. Als tijd kleiner is dan 12, log "Ochtend". Als tijd kleiner is dan 18, log "Middag". Anders log "Avond".

Jouw code:

Oefening 10

Maak een variabele gewicht met waarde 75. Als gewicht kleiner is dan 50, log "Licht". Als gewicht kleiner is dan 80, log "Normaal". Anders log "Zwaar".

Jouw code:

Complexe Oefeningen

Nu ga je alles combineren: vergelijkingen, if-statements, else, en else if. Deze oefeningen zijn uitdagender!

Oefening 1

Maak een variabele leeftijd met waarde 22 en een variabele rijbewijs met waarde true. Als leeftijd groter dan of gelijk aan 18 is EN rijbewijs gelijk is aan true, log "Mag rijden". Anders log "Mag niet rijden".

Jouw code:

Oefening 2

Maak een variabele score met waarde 92. Als score groter dan of gelijk aan 90 is, log "A". Als score groter dan of gelijk aan 80 is, log "B". Als score groter dan of gelijk aan 70 is, log "C". Anders log "F".

Jouw code:

Oefening 3

Maak een variabele temperatuur met waarde 18 en een variabele regen met waarde false. Als temperatuur groter is dan 20 EN regen gelijk is aan false, log "Lekker weer". Anders log "Slecht weer".

Jouw code:

Oefening 4

Maak een variabele dag met waarde "zaterdag". Als dag gelijk is aan "zaterdag" OF dag gelijk is aan "zondag", log "Weekend". Anders log "Doordeweeks".

Jouw code:

Oefening 5

Maak een variabele uren met waarde 42 en een variabele uurloon met waarde 20. Bereken het salaris: uren * uurloon. Als het salaris groter is dan 800, log "Hoog salaris". Anders log "Normaal salaris".

Jouw code:

Oefening 6

Maak een variabele aantal met waarde 12. Als aantal kleiner is dan 5, log "Klein". Als aantal kleiner is dan 10, log "Gemiddeld". Als aantal kleiner is dan 20, log "Groot". Anders log "Heel groot".

Jouw code:

Oefening 7

Maak een variabele prijs met waarde 95, een variabele korting met waarde 10. Bereken de eindprijs (prijs - korting). Als eindprijs groter dan of gelijk aan 100 is, log "Duur". Anders als eindprijs groter dan of gelijk aan 50 is, log "Betaalbaar". Anders log "Goedkoop".

Jouw code:

Oefening 8

Maak een variabele getal1 met waarde 15 en getal2 met waarde 20. Als getal1 groter is dan getal2, log "Eerste is groter". Als getal2 groter is dan getal1, log "Tweede is groter". Anders log "Gelijk".

Jouw code:

Oefening 9

Maak een variabele punten met waarde 85 en een variabele bonus met waarde 10. Bereken totaalPunten (punten + bonus). Als totaalPunten gelijk is aan 100, log "Perfect!". Als totaalPunten groter dan of gelijk aan 90 is, log "Uitstekend". Anders log "Goed gedaan".

Jouw code:

Oefening 10

Maak een variabele leeftijd met waarde 30, inkomen met waarde 35000, en studieschuld met waarde false. Als leeftijd groter dan of gelijk aan 25 is, inkomen groter is dan 30000, EN studieschuld gelijk is aan false, log "Hypotheek mogelijk". Anders log "Hypotheek niet mogelijk".

Jouw code:

Samenvatting

In dit hoofdstuk heb je geleerd: