Cheat sheet Linux-commando’s
← Terug naar overzicht
0.1 Navigatie
pwd — Toont de huidige map.
- Uitleg: Laat het volledige pad zien van je huidige locatie.
- Voorbeeld:
pwd
ls — Toont de inhoud van een map.
- Uitleg: Handig om snel te zien wat er in een map staat.
- Voorbeeld:
ls
ls -l — Lange weergave (rechten, eigenaar, grootte, datum).
- Uitleg: Geeft extra details per bestand.
- Voorbeeld:
ls -l
ls -a — Toont ook verborgen bestanden.
- Uitleg: Bestanden die met een punt beginnen worden zichtbaar.
- Voorbeeld:
ls -a
ls -S — Sorteert op bestandsgrootte.
- Uitleg: Grootste bestanden bovenaan.
- Voorbeeld:
ls -S
ls -t — Sorteert op wijzigingsdatum.
- Uitleg: Meest recent gewijzigde bestanden bovenaan.
- Voorbeeld:
ls -t
ls -r — Draait de sorteervolgorde om.
- Uitleg: Combineer met andere opties voor omgekeerde sortering.
- Voorbeeld:
ls -ltr
cd <pad> — Ga naar een andere map.
- Uitleg: Gebruik een absoluut of relatief pad.
- Voorbeeld:
cd /var/log
cd .. — Ga één niveau omhoog.
- Uitleg: Naar de bovenliggende map.
- Voorbeeld:
cd ..
which <commando> — Toont het pad van een executable.
- Uitleg: Handig om te zien waar een programma staat.
- Voorbeeld:
which ls
type <commando> — Toont of iets builtin, alias of bestand is.
- Uitleg: Handig voor debugging van shell‑gedrag.
- Voorbeeld:
type cd
history — Toont eerder uitgevoerde commando’s.
- Uitleg: Je kunt opdrachten terugvinden of hergebruiken.
- Voorbeeld:
history
exit — Sluit de terminalsessie af.
- Uitleg: Beëindigt de huidige shell.
- Voorbeeld:
exit
0.2 Bestanden en mappen
touch <bestand> — Maakt een leeg bestand of werkt de tijdstempel bij.
- Uitleg: Handig om snel een bestand aan te maken.
- Voorbeeld:
touch demo.txt
mkdir <map> — Maakt een nieuwe map.
- Uitleg: Gebruik
-p om meerdere niveaus tegelijk te maken.
- Voorbeeld:
mkdir project
cp <bron> <doel> — Kopieert bestanden of mappen.
- Uitleg: Geef bron en bestemming op.
- Voorbeeld:
cp thisfile /thatFolder/newFileName.ext
mv <bron> <doel> — Verplaatst of hernoemt bestanden/mappen.
- Uitleg: In dezelfde map is het een hernoemactie.
- Voorbeeld:
mv demo.txt demo-oud.txt
rm <bestand> — Verwijdert bestanden.
- Uitleg: Verwijderen is definitief.
- Voorbeeld:
rm demo-oud.txt
0.3 Globbing (wildcards)
* — Matcht nul of meer tekens.
- Uitleg: Selecteer meerdere bestanden met een patroon.
- Voorbeeld:
ls *.txt
? — Matcht precies één teken.
- Uitleg: Handig voor één variabele positie.
- Voorbeeld:
ls a?.txt
[a-z] — Matcht een bereik of set tekens.
- Uitleg: Selecteer bestanden die met bepaalde letters beginnen.
- Voorbeeld:
ls [a-c]*
0.4 Tekst bekijken en zoeken
cat <bestand> — Print de volledige inhoud.
- Uitleg: Snel de inhoud van kleine bestanden bekijken.
- Voorbeeld:
cat demo.txt
head <bestand> — Toont de eerste regels.
- Uitleg: Standaard 10 regels, met
-n aanpasbaar.
- Voorbeeld:
head -n 5 demo.txt
tail <bestand> — Toont de laatste regels.
- Uitleg: Handig voor logs.
- Voorbeeld:
tail -n 3 demo.txt
grep <patroon> <bestand> — Zoekt tekst in een bestand.
- Uitleg: Vindt regels die matchen met het patroon.
- Voorbeeld:
grep "Hello" demo.txt
grep -E <patroon> <bestand> — Uitgebreide regex‑zoekopdracht.
- Uitleg: Ondersteunt complexere patronen.
- Voorbeeld:
grep -E "Hello|Hi" demo.txt
wc <bestand> — Telt regels, woorden en bytes.
- Uitleg: Gebruik
-l om alleen regels te tellen.
- Voorbeeld:
wc -l demo.txt
vi <bestand> — Opent een bestand in vi.
- Uitleg: Invoegen met
i, opslaan met :wq.
- Voorbeeld:
vi demo.txt
0.5 Redirects en pipes
> — Standaardoutput omleiden (overschrijven).
- Uitleg: Schrijft output naar een bestand en vervangt de inhoud.
- Voorbeeld:
echo "Eerste" > notes.txt
>> — Standaardoutput toevoegen.
- Uitleg: Voegt output toe aan het einde.
- Voorbeeld:
echo "Tweede" >> notes.txt
2> — Alleen fouten (stderr) omleiden.
- Uitleg: Fouten apart opslaan.
- Voorbeeld:
ls bestaat-niet 2> error.log
| — Pijpt output van het ene commando naar het andere.
- Uitleg: Combineer commando’s om output te filteren.
- Voorbeeld:
ls -l | head -n 5
; — Voert commando’s achter elkaar uit.
- Uitleg: De tweede draait altijd.
- Voorbeeld:
pwd; ls
&& — Voert het tweede commando alleen uit bij succes.
- Uitleg: Handig voor veilige stappen.
- Voorbeeld:
mkdir temp && cd temp
|| — Voert het tweede commando alleen uit bij falen.
- Uitleg: Handig voor foutafhandeling.
- Voorbeeld:
ls bestaat-niet || echo "Niet gevonden"
0.6 Archieven en compressie
tar -cvf <archief.tar> <map> — Maakt een tar‑archief.
- Uitleg:
-c maakt, -v toont, -f bestandsnaam.
- Voorbeeld:
tar -cvf backup.tar project
tar -xvf <archief.tar> — Pakt een tar‑archief uit.
- Uitleg:
-x staat voor extract.
- Voorbeeld:
tar -xvf backup.tar
tar -tvf <archief.tar> — Toont de inhoud van een archief.
- Uitleg: Inspecteer zonder uit te pakken.
- Voorbeeld:
tar -tvf backup.tar
tar -czvf <archief.tar.gz> <map> — Maakt een gzip‑archief.
- Uitleg:
-z schakelt gzip in.
- Voorbeeld:
tar -czvf backup.tar.gz project
tar -cjvf <archief.tar.bz2> <map> — Maakt een bzip2‑archief.
- Uitleg:
-j schakelt bzip2 in.
- Voorbeeld:
tar -cjvf backup.tar.bz2 project
0.7 Scripting basis
seq <start> <eind> — Print een reeks getallen.
- Uitleg: Je kunt ook een stapgrootte meegeven.
- Voorbeeld:
seq 0 2 10
for var in lijst; do ...; done — Eenvoudige loop.
- Uitleg: Herhaal een actie voor elke waarde.
- Voorbeeld:
for i in 1 2 3; do echo $i; done
while <conditie>; do ...; done — Loop zolang de conditie waar is.
- Uitleg: De conditie wordt elke iteratie gecontroleerd.
- Voorbeeld:
i=1; while [ $i -le 3 ]; do echo $i; i=$((i+1)); done
if <conditie>; then ...; fi — Conditionele uitvoering.
- Uitleg: Voer code alleen uit als de conditie klopt.
- Voorbeeld:
if [ -f demo.txt ]; then echo "bestaat"; fi
0.8 Gebruikers en rechten
sudo <commando> — Voert een commando uit met beheerdersrechten.
- Uitleg: Tijdelijk verhoogde rechten.
- Voorbeeld:
sudo ls /root
su - — Wisselt naar de root‑gebruiker.
- Uitleg: Start een root‑shell (indien toegestaan).
- Voorbeeld:
su -
chmod <mode> <bestand> — Wijzigt bestandsrechten.
- Uitleg: Bijvoorbeeld 644 betekent eigenaar lezen/schrijven.
- Voorbeeld:
chmod 644 demo.txt
chown <gebruiker>:<groep> <bestand> — Wijzigt eigenaar en groep.
- Uitleg: Vereist voldoende rechten.
- Voorbeeld:
chown $USER:$USER demo.txt
reboot — Herstart het systeem.
- Uitleg: Onderbreekt alle lopende processen.
- Voorbeeld:
reboot
shutdown now — Schakelt het systeem direct uit.
- Uitleg: Gebruik dit alleen als je zeker weet wat je doet.
- Voorbeeld:
shutdown now
0.9 Variabelen en shell
echo <tekst> — Print tekst of variabelenwaarden naar het scherm.
- Uitleg: Handig in scripts en om output te controleren.
- Voorbeeld:
echo "Hallo wereld"
variabele=waarde — Stelt een lokale variabele in.
- Uitleg: Geen spaties rond het
=-teken. Variabelen bestaan alleen in de huidige shell.
- Voorbeeld:
naam="Piet"
$variabele — Geeft de waarde van een variabele op.
- Uitleg: Gebruik
$ om de inhoud van een variabele te lezen.
- Voorbeeld:
echo $naam
export <variabele> — Maakt een lokale variabele beschikbaar voor subprocessen.
- Uitleg: Na export is de variabele een omgevingsvariabele.
- Voorbeeld:
export naam
env — Toont alle omgevingsvariabelen.
- Uitleg: Handig om te zien welke variabelen actief zijn in de shell.
- Voorbeeld:
env
unset <variabele> — Verwijdert een variabele.
- Uitleg: De variabele bestaat daarna niet meer.
- Voorbeeld:
unset naam
alias <naam>='<commando>' — Maakt een snelkoppeling voor een commando.
- Uitleg: Handig voor lange commando's die je vaak typt. Aliassen gaan verloren bij afsluiten.
- Voorbeeld:
alias ll='ls -alF'
alias — Toont alle actieve aliassen.
- Uitleg: Geeft een overzicht van alle ingestelde snelkoppelingen.
- Voorbeeld:
alias
0.10 Hulp zoeken
man <commando> — Toont de handleiding van een commando.
- Uitleg: Druk op
q om af te sluiten, / om te zoeken, spatie voor de volgende pagina.
- Voorbeeld:
man ls
<commando> --help — Toont een korte beschrijving van beschikbare opties.
- Uitleg: Sneller dan de man-pagina voor een snel overzicht.
- Voorbeeld:
ls --help
0.11 ls-uitbreidingen
ls -lh — Toont bestandsgroottes in leesbare eenheden (KB, MB, GB).
- Uitleg: Combineer
-l en -h voor mensvriendelijke groottes.
- Voorbeeld:
ls -lh
ls -R — Toont ook de inhoud van submappen (recursief).
- Uitleg: Handig om de volledige mapstructuur te bekijken.
- Voorbeeld:
ls -R /etc/ppp
ls -ld <map> — Toont de map zelf (niet de inhoud).
- Uitleg: Handig om de rechten van een map zelf te bekijken.
- Voorbeeld:
ls -ld /home
cd ~ — Ga naar je homedirectory.
- Uitleg:
~ is altijd de homedirectory van de ingelogde gebruiker.
- Voorbeeld:
cd ~
cd — Ga naar je homedirectory (zonder argument).
- Uitleg: Hetzelfde effect als
cd ~.
- Voorbeeld:
cd
0.12 Bestanden en mappen uitgebreid
cp -r <bron> <doel> — Kopieert een map inclusief alle inhoud.
- Uitleg:
-r staat voor recursief, vereist bij het kopiëren van mappen.
- Voorbeeld:
cp -r project project-backup
rm -r <map> — Verwijdert een map inclusief alle inhoud.
- Uitleg: Wees voorzichtig: ook niet-lege mappen worden permanent verwijderd.
- Voorbeeld:
rm -r oud-project
rmdir <map> — Verwijdert een lege map.
- Uitleg: Werkt alleen als de map leeg is; gebruik
rm -r voor niet-lege mappen.
- Voorbeeld:
rmdir lege-map
find <pad> -name "<patroon>" — Zoekt bestanden op naam.
- Uitleg: Zoekt recursief in de opgegeven map.
- Voorbeeld:
find /home -name "*.txt"
0.13 Tekst verwerken
more <bestand> — Bekijk een bestand per pagina.
- Uitleg: Druk op
spatie voor de volgende pagina, q om af te sluiten.
- Voorbeeld:
more /etc/passwd
less <bestand> — Bekijk een bestand per pagina (geavanceerder dan more).
- Uitleg: Bladeren voor en achteruit mogelijk;
/ om te zoeken, q om af te sluiten.
- Voorbeeld:
less /etc/passwd
sort <bestand> — Sorteert regels alfabetisch.
- Uitleg: Handig om uitvoer te ordenen. Gebruik
-r voor omgekeerde volgorde.
- Voorbeeld:
sort namen.txt
cut -d<teken> -f<veld> <bestand> — Extraheert een kolom uit een bestand.
- Uitleg:
-d geeft het scheidingsteken, -f het veldnummer.
- Voorbeeld:
cut -d: -f1 /etc/passwd
tr <van> <naar> — Vertaalt of vervangt tekens.
- Uitleg: Leest van stdin; gebruik
< om vanuit een bestand te lezen.
- Voorbeeld:
tr a-z A-Z < bestand.txt
0.14 Geavanceerde redirects
< — Standaardinput (stdin) omleiden vanuit een bestand.
- Uitleg: Gebruik een bestand als invoer voor een commando.
- Voorbeeld:
tr a-z A-Z < bestand.txt
2>&1 — Foutmeldingen (stderr) omleiden naar dezelfde plek als stdout.
- Uitleg: Handig om alle uitvoer (inclusief fouten) in één bestand op te slaan.
- Voorbeeld:
find /etc -name hosts > uitvoer.txt 2>&1
0.15 Vi-editor uitgebreid
:q! — Afsluiten zonder opslaan.
- Uitleg: Wijzigingen worden genegeerd. Gebruik in commandomodus.
- Voorbeeld:
:q!
:wq! — Opslaan en afsluiten (forceer).
- Uitleg: Handiger dan
:wq bij beschermde bestanden.
- Voorbeeld:
:wq!
dd — Verwijdert (knipt) de huidige regel.
- Uitleg: In commandomodus; gebruik
p om te plakken.
- Voorbeeld:
dd
yy — Kopieert de huidige regel.
- Uitleg: In commandomodus; gebruik
p om te plakken.
- Voorbeeld:
yy
p — Plakt de geknipt of gekopieerde tekst.
- Uitleg: Plakt onder de huidige cursorpositie.
- Voorbeeld:
p
G — Spring naar het einde van het bestand.
- Uitleg: In commandomodus. Gebruik
gg voor het begin.
- Voorbeeld:
G
/zoekwoord — Zoek naar tekst in het bestand.
- Uitleg: Druk
n voor de volgende overeenkomst.
- Voorbeeld:
/linux
0.16 Scripting uitgebreid
#!/bin/bash — Shebang: geeft aan welke shell het script uitvoert.
- Uitleg: Altijd de eerste regel van een bash-script.
- Voorbeeld:
#!/bin/bash
chmod +x <script> — Maakt een script uitvoerbaar.
- Uitleg: Nodig voordat je een script kunt starten.
- Voorbeeld:
chmod +x mijn-script.sh
./<script> — Start een script in de huidige map.
- Uitleg: De
./ verwijst naar de huidige map. Vereist uitvoerrechten.
- Voorbeeld:
./mijn-script.sh
read -p "<vraag>" <variabele> — Vraagt de gebruiker om invoer.
- Uitleg: Slaat de invoer op in de opgegeven variabele.
- Voorbeeld:
read -p "Wat is je naam? " naam
0.17 Gebruikers en groepen beheer
useradd -m <gebruiker> — Maakt een nieuwe gebruiker aan met homedirectory.
- Uitleg:
-m zorgt dat de homedirectory automatisch wordt aangemaakt.
- Voorbeeld:
useradd -m Piet
passwd <gebruiker> — Stelt of wijzigt het wachtwoord van een gebruiker.
- Uitleg: Vereist beheerdersrechten voor andere gebruikers.
- Voorbeeld:
passwd Piet
userdel <gebruiker> — Verwijdert een gebruiker.
- Uitleg: Gebruik
-r om ook de homedirectory te verwijderen.
- Voorbeeld:
userdel Piet
groupadd <groep> — Maakt een nieuwe groep aan.
- Uitleg: Groepen worden opgeslagen in
/etc/group.
- Voorbeeld:
groupadd Sales
usermod -aG <groep> <gebruiker> — Voegt een gebruiker toe aan een groep.
- Uitleg:
-a voegt toe zonder bestaande groepslidmaatschappen te verwijderen.
- Voorbeeld:
usermod -aG Sales Piet
gpasswd -d <gebruiker> <groep> — Verwijdert een gebruiker uit een groep.
- Uitleg: Beheerdersrechten vereist.
- Voorbeeld:
gpasswd -d Piet Sales
groupdel <groep> — Verwijdert een groep.
- Uitleg: De groep mag geen primaire groep van een bestaande gebruiker zijn.
- Voorbeeld:
groupdel Sales
chgrp <groep> <bestand> — Wijzigt de groepseigenaar van een bestand of map.
- Uitleg: Gebruik dit om een groep eigenaar te maken van een bestand.
- Voorbeeld:
chgrp Sales /home/gedeeld
0.18 Systeeminformatie
whoami — Toont de naam van de ingelogde gebruiker.
- Uitleg: Handig als je wilt weten met welk account je werkt.
- Voorbeeld:
whoami
id — Toont gebruiker-ID, groeps-ID en groepslidmaatschappen.
- Uitleg: Handig om rechten van de huidige gebruiker te controleren.
- Voorbeeld:
id
uname -a — Toont systeem- en kernelinformatie.
- Uitleg: Geeft o.a. de kernelversie en architectuur.
- Voorbeeld:
uname -a
who — Toont wie er ingelogd is op het systeem.
- Uitleg: Geeft gebruikersnaam, terminal en inlogtijd.
- Voorbeeld:
who
w — Gedetailleerd overzicht van ingelogde gebruikers en systeembelasting.
- Uitleg: Toont ook systeemuptime en CPU-gebruik per gebruiker.
- Voorbeeld:
w
last — Toont de inloggeschiedenis van het systeem.
- Uitleg: Leest uit
/var/log/wtmp.
- Voorbeeld:
last
date — Toont de huidige datum en tijd.
- Uitleg: Kan ook voor tijdstempels in scripts worden gebruikt.
- Voorbeeld:
date
0.19 Netwerk
ifconfig — Toont netwerkinstellingen (IP-adres, interfaces).
- Uitleg: Handig om je IP-adres te achterhalen.
- Voorbeeld:
ifconfig
ping -c4 <host> — Test de netwerkverbinding met een host.
- Uitleg:
-c4 stuurt precies 4 pakketten. Zonder -c gebruik je Ctrl+C om te stoppen.
- Voorbeeld:
ping -c4 localhost
dig <domeinnaam> — Voert een DNS-opzoeking uit.
- Uitleg: Zoekt het IP-adres op dat bij een domeinnaam hoort.
- Voorbeeld:
dig google.com
route — Toont de routeringstabel.
- Uitleg: Laat zien hoe netwerkverkeer wordt geleid.
- Voorbeeld:
route
0.20 Hardware en opslag
lscpu — Toont CPU-informatie.
- Uitleg: Geeft details over processortype, kernen en architectuur.
- Voorbeeld:
lscpu
free -m — Toont geheugengebruik in megabytes.
- Uitleg: Toont ook swapgebruik. Gebruik
-g voor gigabytes.
- Voorbeeld:
free -m
lsblk — Toont een overzicht van schijven en partities.
- Uitleg: Laat de structuur van schijven en hun aankoppelpunten zien.
- Voorbeeld:
lsblk
sudo fdisk -l — Toont partitietabellen van alle schijven.
- Uitleg: Vereist beheerdersrechten. Gebruik alleen voor informatiedoeleinden.
- Voorbeeld:
sudo fdisk -l
lspci — Toont PCI-apparaten (grafische kaart, netwerkkaart, etc.).
- Uitleg: Handig voor hardware-inventarisatie.
- Voorbeeld:
lspci
lsusb — Toont verbonden USB-apparaten.
- Uitleg: Geeft naam en ID van alle USB-apparaten.
- Voorbeeld:
lsusb
0.21 Processen
ps aux — Toont een volledig overzicht van alle actieve processen.
- Uitleg:
a alle gebruikers, u gebruikersnaam tonen, x ook achtergrondprocessen.
- Voorbeeld:
ps aux
top — Live overzicht van processen en systeembelasting.
- Uitleg: Wordt automatisch vernieuwd. Druk
q om af te sluiten.
- Voorbeeld:
top